‘Ik weet uit ervaring hoe belangrijk het is om je veilig te voelen’

Bbl’er Liesbeth (48) werkte 26 jaar volle bak in de logistiek en transport. Nu volgt ze een bbl-traject tot pedagogisch professional bij de vestiging Meerbos in Meerhoven. ‘Als ik al maar één glimlach op hun gezicht kan toveren, dan denk ik: yes.’

Liesbeth rolde vrijwel vanzelf de transport- en logistiekwereld in. Thuis werd gezegd: je moet iets doen waar je later veel geld mee verdient. Haar ouders zijn allebei niet hoogopgeleid, en Liesbeth had immers de mogelijkheid om door te leren. ‘Iets anders doen, was geen optie’, vertelt ze. Maar na 26 jaar sloeg de twijfel toe. ‘Ik vroeg mezelf af: wil ik dit tot aan mijn pensioen blijven doen?’ Het antwoord was duidelijk nee: ‘Ik zag de vacature van werken en leren bij Korein, en ik wist meteen: dát moet ik doen.’ Dit was anderhalf jaar geleden. ‘Het traject is intensief: je werkt, doet opdrachten, gaat naar school en ik heb ook nog een gezin. Maar ik ben heel blij met mijn keuze. Als alles goed gaat, hoop ik in mei mijn papiertje te ontvangen.’

Veilig

Door het bbl-traject werkt Liesbeth op verschillende groepen. ‘Ik leer nu over VE, dus dan is het belangrijk dat ik ook op de peutergroep sta.’ Op haar huidige groep zitten vijftien peuters, van wie 90% een VE-indicatie heeft. Veel van hen zijn kinderen van expats. ‘Het zijn kleine mensjes die ’s ochtends binnenkomen: soms blij en soms angstig’, vertelt ze. ‘Dan kom je ineens op een groep met drie juffen die Nederlands spreken en boterhammen eten. Ik begrijp heel goed dat het spannend is. Die kinderen hebben veiligheid nodig. Dat probeer ik ze te geven. Het mooiste vind ik als ze na een tijd binnenkomen met een glimlach en vrolijk gaan spelen.’

 

Vurig

Op de bso wachten er weer andere uitdagingen én andere gesprekken. ‘De kunst is om kinderen zo ver te krijgen een open gesprek met je te voeren’, zegt ze. ‘Ik heb natuurlijk jaren in een mannenwereld gewerkt, en ben wel wat gewend. Soms probeer ik met een grapje iets naar boven te halen, waarvan ik voel: hier zit meer onder.’
Ze vervolgt: ‘Op de groep zit een jongen met een vurig karakter. Hij kan zich lastig uiten. Hij beheerst de Nederlandse taal, maar vindt het moeilijk om te zeggen wat hij voelt. Laatst was hij ontploft omdat ik hem op zijn gedrag aansprak.’ Ze gingen samen zitten en Liesbeth probeerde het gesprek te openen. Maar de jongen sloot zich af. ‘Toen ben ik zijn gedrag gaan spiegelen, en moest hij lachen. Toen vroeg ik direct: wat gebeurde er nou net? De jongen bleek te reageren op iets wat eerder was gebeurd en voelde zich tekortgedaan. Ik heb gezegd dat ik het fijn vind dat hij dit deelt, en dat hij voortaan ook naar ons mag komen als er iets is. Want wij zien niet alles. Sindsdien is er iets veranderd. Er is meer begrip. Hij komt nu vaker naar ons, ook wanneer hij overprikkeld raakt. Dan kijken we samen naar wat hij nodig heeft.’

 

Thuis

Voor Liesbeth zijn dit de momenten die het werk de moeite waard maken. ‘Ik ben zelf niet zo fijn opgegroeid. Ik heb geen veilig thuis gehad. Ik weet uit eigen ervaring hoe belangrijk het is om je veilig te voelen.’ Alleen als je je veilig voelt, durf je meer. Dan leer je meer, en ontwikkel je meer zelfvertrouwen. Toen ze zelf een gezin kreeg, stond dat ook bovenaan: veiligheid, en alles bespreekbaar maken. Ze heeft nu een geweldige dochter van 17 jaar. ‘Ik vind het belangrijk dat wij altijd met elkaar in gesprek kunnen, zonder goed of fout.’

Ze lacht: ‘Ons huis is ook echt zo’n huis waar iedereen in- en uitloopt. Veel vrienden en familie komen dagelijks over de vloer. Ik vond het vroeger ook heerlijk om lekker gek te doen met de kinderen. Bij mij kon altijd meer dan bij andere ouders. Maar ik voelde toen al: als ik een veilige haven kan zijn, niet alleen voor mijn dochter, maar ook voor nichtjes of neefjes – dan ligt daar mijn hart.’

 


Community

Ook op de vestiging draagt het hele team bij aan het gevoel van veiligheid. Ouders moeten weten dat ze bij hen terecht kunnen en dat er een community bestaat waarin ze elkaar vinden. ‘Veel mensen vergeten dat expats hun hele leven hebben achtergelaten, en totaal geen supportsysteem hebben in Nederland’, zegt ze.

‘Wij proberen hen op allerlei vlakken te ondersteunen: door ze naar de gemeente te verwijzen of andere scholen.’ Maar minstens zo belangrijk is het onderlinge contact, ziet ze. ‘Ouders merken dat andere ouders met dezelfde vragen en zorgen zitten, en dan helpen ze elkaar. Het moet ook voor ouders een veilige plek zijn. Met kerst lieten we hen gerechten uit hun eigen land maken. We hebben recepten uitgewisseld en zijn met elkaar in gesprek gegaan. Ik vind het machtig leuk om nieuwe culturen te leren kennen. We proberen echt meer te zijn dan een opvang. It takes a village, zeggen ze weleens.’

Respect

Liesbeth vindt het opvallend dat er in het Westen vaak wordt gezegd dat er maar één manier is. ‘Maar ik vind niet dat je kan verwachten dat ouders zomaar alles overnemen wat wij zeggen. Dat wij vinden dat een kind al vroeg zelf een jas aan moet trekken, is in andere culturen minder vanzelfsprekend. Daar moet je samen over praten.’
Dat geldt ook voor het eten, vindt Liesbeth. ‘In veel landen eten kinderen geen brood tijdens de lunch. Zeker in het begin denken we daarom mee over alternatieven: misschien werkt een rijstwafel of een stuk paprika. Waarom zouden wij zo blijven hameren op die boterham?’

En er zijn nog veel meer culturele verschillen. ‘In sommige culturen denken ouders dat ze iets fout hebben gedaan wanneer hun kind meer aandacht nodig heeft. Als het dyslectisch is of naar speciaal onderwijs moet, is dat heel lastig voor hen. Veel expatouders kijken anders tegen dingen aan: zoals naar het buitenspelen. Sommigen zijn bang dat hun kinderen hierdoor sneller ziek worden. Wij zien dat niet zozeer als probleem, maar ook hier moeten we weer open het gesprek voeren. Niet om te oordelen, maar om elkaar te begrijpen, zodat het kind de juiste ondersteuning krijgt. We sturen elke week een nieuwsbrief waarin we uitleggen welke woorden de kinderen leren en wat de thema’s van de week zijn. We krijgen daar veel positieve reacties op, en er wordt daardoor ook steeds meer thuis geoefend.’

Meerbos

Wat het werken bij Meerbos voor Liesbeth zo dynamisch maakt is de openheid. ‘We hebben een opendeurenbeleid. We lunchen met de stamgroep, maar verder staan de deuren altijd open. Kinderen en collega’s lopen in en uit. Dat vind ik zo mooi. En we wisselen ook onze activiteiten binnen de groep af. Dat houdt het levendig.’

Ze kan zich voorstellen dat dit buitenstaanders of sollicitanten misschien afschrikt. Dat mensen denken: oh nee, ik moet hier de hele dag Engels praten. Ze lacht: ‘Maar dat valt reuze mee. En het contact met zoveel verschillende culturen is leuk. Je leert er ontzettend veel van. En het werkt ook andersom. Vaak denk ik: misschien moeten wij het juist eens anders doen.’