‘Het spel had meer verdieping nodig’ 

‘Onze vestiging is dankzij ons activiteitenprogramma enorm geliefd bij kinderen en ouders’, mailde Lonneke van der Vleut, vestigingsmanager van Jonathan Swiftlaan in Eindhoven. Reden genoeg voor een bezoek, vonden wij. We spraken met Lonneke, pedagogisch professional Marjolein Beurskens en pedagogisch coach Dionne Hoetmer over hoe het programma tot stand kwam.

‘Ons aanbod was bij alle groepen vrijwel hetzelfde’, vertelt Marjolein. ‘Dat werkte op den duur niet meer zo goed. Als pedagogisch experiment zijn we met elkaar in gesprek gegaan over wat we zien, wat we willen en waar de behoeften van de kinderen liggen. En hoe we dit het beste kunnen aanpakken.’ 

Het belangrijkste uitgangspunt zijn daarbij de pijlers van Wij zijn JONG, zegt pedagogisch coach Dionne Hoetmer. ‘We kijken jaarlijks naar welke doelen we willen behalen. Op deze vestiging stonden vrij spel en vrijheid in het maken van keuzes erg centraal. Dat past mooi binnen de pijler ‘’Ruimte voor initiatief”.’ Marjolein gaat verder: ‘Ook het opendeurenbeleid vormt een belangrijke basis. Op die manier konden we drie groepen creëren, met elk een eigen thema, waarbij de kinderen zelf kunnen beslissen voor welke groep ze kiezen. We hebben een creatieve groep, een bouwgroep en een fantasiegroep.’ 

Maar waar zit die verdieping dan precies, vroegen we ons af. Lonneke: ‘Toen ik hier net kwam, matchte het pedagogisch werkplan niet met de realiteit. Je kon bijvoorbeeld wel bouwen, maar doordat het materiaal over alle groepsruimtes verdeeld lag, had iedere groep maar een deel. Daardoor was er weinig ruimte voor verdieping.’ 

Het spel strekt zich op deze manier over de hele week uit. Marjolein: ‘Kinderen beginnen bijvoorbeeld op maandag aan een bouwproject en daar gaan andere kinderen de volgende dag weer mee verder. Zo ontstaan er hele bouwwerken, en iedereen komt met een aanvulling. Dat vinden we prachtig om te zien.’ Het aanbod aanpassen aan de ruimtes en de thema’s echt laten leven: dat zorgt voor de diepgang. Dat gaat van inspirerende gebouwen bouwen met LEGO tot kerstbomen versieren met bouwmaterialen. ‘De ruimtes ademen het onderwerp’, vervolgt ze. 

 

Toeschouwer 

De rol van de pedagogisch professionals verschuift daarmee meer naar observeren en begeleiden. Er is veel vrijheid voor kinderen om zelf te bedenken wat ze willen doen. Ze pakken meer verantwoordelijkheid en denken goed mee. Over de aanschaf van materialen, maar ook over de inhoud van het activiteitenprogramma. 

Dionne: ‘De spelhoeken zijn eigenlijk al een activiteit op zich. Daardoor is er veel vrijheid voor kinderen om zelf te bedenken wat ze willen doen. Dat ze kunnen denken: oh, dit papier ligt er, dus wat zal ik eens gaan maken.’ 

Marjolein hierover: ‘We geven kinderen de vrijheid en laten ze het zelf uitzoeken. Wat heb je nodig? Wat wil je precies? Hoe mooi is het als een professional een kind de ruimte kan geven om te zeggen: oké, jij wilt dit gaan doen, ga het maar doen.’ Daarbij zien de professionals ook andere dingen gebeuren. ‘Het mooie is dat kinderen elkaar erbij betrekken en elkaar bijvoorbeeld ook aanspreken op opruimen.’ 

Lonneke: ‘Eigenlijk komt het heel erg overeen met ervaringsgericht werken. Kinderen zelf die ervaring gunnen en daar ook een les uit laten halen.’ 

Marjolein: ‘Wat je ook ziet, is dat kinderen elkaar inspireren en zelf leuke activiteiten bedenken. Zo hadden twee oudere meiden eerder deze week een speurtocht gedaan, en later in de week hebben de jongere kinderen ook een speurtocht verzonnen. Dan wel op hun eigen niveau. Maar iedereen deed mee. Het is een soort sneeuwbaleffect.’ 

Lonneke: ‘En dat is ook heel goed voor het groepsgevoel. Op het moment dat een paar kinderen zoiets bedenken en een hele groep enthousiast maken om mee te doen, zie je dat je er echt een band ontstaat. Ondanks dat de leeftijdsverschillen soms groot zijn, kunnen ze elkaar helpen en ondersteunen.’ 

Alle drie zien ze de enorme betrokkenheid van iedereen als meerwaarde van dit programma. Kinderen voelen de ruimte, terwijl de professionals meer als toeschouwer aan de zijlijn staan. Marjolein: ‘Je ziet dat kinderen vanzelf verlegen kinderen helpen en laten zien hoe ze dingen kunnen doen. Maar ook kleine conflicten lossen ze samen op. Zo komen de “teens” ook weleens beneden bouwen en helpen ze de jongere kinderen verder.’ 

 

Vertrouwen  

De lijntjes zijn kort, zowel naar de vestigingsmanager als naar de pedagogisch coach, wat voor fijne gesprekken zorgt. Dionne: ‘Ik heb meerdere vestigingen, maar ik probeer wel elke week langs te komen en te vragen hoe het gaat. Daarnaast werken we samen aan kwartaaldoelen, die we regelmatig evalueren. Vorige week hadden we kort overleg en dan zeg ik: we missen nog iets over natuur of diversiteit. Dan kijken we samen naar nieuwe materialen.’ 

Ook Marjolein ziet hoe waardevol dat meekijken is: ‘Het werkt ook inspirerend als je even vraagt: joh, waarom doe je het eigenlijk niet op deze manier? We doen ook vaak mee met de kinderen. En juist op de momenten dat je meedoet, zie je de behoeftes goed.’ 

Dionne vervolgt: ‘Maar ik kijk ook mee en geef advies, bijvoorbeeld als een kind vastloopt.’ Lonneke voegt toe: ‘Vanuit mijn rol vind ik het belangrijk om mijn team de vrijheid en het vertrouwen te geven om zelf te ondervinden wat wel of niet werkt. Het werkt averechts als ik dat ga doen. De professionals staan elke dag op de groep, tussen de kinderen, en zij hebben de ervaring.’ 

 

Experimenteer 

Als iets structureel niet werkt, onderzoek dan wat wel werkt, is het pleidooi van de groep. Lonneke: ‘Zoom eerst in en vraag jezelf af wat erachter zit. Bekijk vervolgens de alternatieven. Als leidinggevende zou ik willen meegeven: geef je team het vertrouwen om te experimenteren. Zij mogen best de kar trekken, want het hoeft niet meteen perfect te zijn.’ 

Het uitgebreide activiteitenprogramma en opendeurenbeleid levert volgens Lonneke op meerdere vlakken iets op. ‘De doorstroom gaat nu veel soepeler, kinderen worden vanzelfsprekender in de groep opgenomen’, vertelt ze. Ze begrijpt dat sommige dingen voor andere vestigingen als obstakel kunnen voelen. ‘Vanuit de GGD heb je de vereiste van de stamgroep. Daarom beginnen we het eerste kwartier van de dag met een individueel incheckmoment. Aan- en afmelden doe je bij je vaste stamgroep, daarmee houden we goed zicht op de kinderen.’ 

Marjolein vult aan: ‘Dat geldt ook voor de kinderen die naar buiten gaan. Bij ons maakt het niet zoveel uit wie er mee naar buiten gaat. Iedereen let op elkaars kinderen en we doen dan ook een overdracht. Ook als ze buiten zijn.’ Lonneke: ‘Alle 95 kinderen voelen als jouw verantwoordelijkheid.’ 

Ook het werken met combilokalen hoeft volgens Lonneke geen belemmering te zijn: ‘Er is zoveel mogelijk met verrijdbare kasten en goede afspraken. Wij maken ook gebruik van drie combilokalen, en dat gaat perfect.’ 

 

Niets moet 

Met een grote groep kinderen is een sterk aanbod belangrijk. De groep wil dan ook een shout-out geven aan Team Activiteiten. Het contact is altijd goed en laagdrempelig en het team is een grote steun in hun aanbod. Lonneke lacht: ‘Het is hier bijna het distributiecentrum van Team Activiteiten.’ Marjolein, vrolijk: ‘Soms moeten we kinderen zelfs teleurstellen omdat de activiteit vol zit. De uitstapjes zijn erg in trek. Dat vinden wij dan soms erger dan de kinderen.’ 

Maar een kind hoeft niet altijd mee te doen aan het ‘activiteitengeweld’. Marjolein: ‘Een kind hoeft niets. Er zijn er ook genoeg die gewoon de hele middag een Donald Duck lezen. We zien ieders behoefte, en dat is allemaal goed.’